
Geschreven door – Elijah J. Magnier:
Vertaald door – Francis J.
Door het diplomatieke gebouw waarin het Iraanse consulaat in Damascus was gevestigd, aan te vallen en te verwoesten, stuurde Israël een stevige boodschap naar verschillende actoren, als weerspiegeling van zijn ongekende crisis sinds zijn aanwezigheid in Palestina. Centraal in deze boodschap stond de doelbewuste moord op generaal-majoor Mohammad Reza Zahedi, een prominente figuur in de Shura-raad van Hezbollah en commandant van de Al-Quds Brigade van de Iraanse Revolutionaire Garde. Deze moord accentueert Israëls protest tegen de afbrokkeling van zijn veiligheid, zoals blijkt uit het spervuur van verzetsraketten, raketten en drones van Naqoura via de Golanhoogten naar Eilat. Door zijn toevlucht te nemen tot deze extreme maatregel, gaf Israël aan de Verenigde Staten zijn bereidheid te kennen om het conflict te laten escaleren. Het drong er bij de VS op aan om de hulp waar het eerder om had gevraagd, te bespoedigen of betrokken te raken bij een breder conflict in het Midden-Oosten waarin Iran (waarschijnlijk) een centrale rol zou spelen. Premier Benjamin Netanyahu, die geconfronteerd wordt met een patstelling in de voortdurende, veelzijdige oorlog en een onvermogen om zijn verklaarde doelen te bereiken, lijkt een strategie te volgen die de spreekwoordelijke tempel op iedereen laat neerdalen, inclusief zichzelf.
De interpretatie dat Iran gevangen zit in een dilemma over de vraag of het vergeldingsmaatregelen moet nemen, waarbij het aanzienlijke verliezen lijdt zonder de neiging te hebben om oorlog te voeren met Israël – een natie die verantwoordelijk is voor de dood van zijn leiders – klopt niet. De recente Israëlische aanslag in Damascus resulteerde in de eliminatie van zeven Iraanse commandanten en adviseurs van de Al-Quds Brigade van de Revolutionaire Garde. Dit waren Majoor-generaal Muhammad Reza Zahedi, zijn plaatsvervanger brigadegeneraal Muhammad Hadi Haj Rahimi en andere officieren die betrokken waren bij operaties in Libanon, Syrië en steun aan Palestina: Sayed Ali Salehi Rozbahani, Ali babaye, Hussein Elahi, Mahdi Jaladti en Hosen Sadaqat.
Na de Iraanse revolutie van 19 februari 1979 toonde Iran zijn solidariteit met de Palestijnse zaak door de voormalige Israëlische ambassade in Iran over te dragen aan Yasser Arafat. Dit gebaar markeerde de opening van de eerste Palestijnse ambassade in het Midden-Oosten en betekende het begin van de actieve steun van Iran aan de Palestijnse zaak. In overeenstemming met zijn revolutionaire ethos richtte Iran de Revolutionaire Garde op, waaronder een speciale eenheid genaamd de “Jeruzalembrigade”. Deze brigade belichaamde de grondwettelijke
Subscribe to get access
Read more of this content when you subscribe today.
Support Independent Journalism
€10.00
Make a one-time donation
Make a monthly donation
Make a yearly donation
Choose an amount
Or enter a custom amount
Your contribution is appreciated.
Your contribution is appreciated.
Your contribution is appreciated.
DonateDonate monthlyDonate yearly
You must be logged in to post a comment.