In Irak is er geen Iranees-Amerikaanse overeenkomst en geen sprake van een wapenstilstand

Door Elijah J. Magnier: @ejmalrai

In Irak is, na na moeizame onderhandelingen die gekenmerkt waren door onenigheid onder de sjiieten, Mustafa Al-Kazemi tot premier verkozen. De president van de Republiek, Barham Salih, had deze verdeeldheid uitgebuit toen hij de meerderheid van de sjiieten in Irak moedwillig uitdaagde door een anti-Iraanse en pro-Amerikaanse kandidaat, Adnan Al-Zurfi, te nomineren. De aanstelling van Al-Kazemi is een reactie op deze zet; zijn naam circuleerde al enkele maanden binnen de sjiitische gemeenschap. 

Toen Adel Abdul-Mahdi, de waarnemend premier, ontslag nam, begon het overleg tussen verschillende sjiitische politieke leiders om een kandidaat te vinden die van de steun van de meeste groepen kon genieten.  Die taak was in het verleden altijd toevertrouwd aan de Iraanse IRGC-Quds-commandant generaal-majoor Qassim Soleimani (verraderlijk vermoord door president Donald Trump op de luchthaven van Bagdad) en aan sjeik Muhammad Kawtharani, die de Libanese Hezbollah-secretaris-generaal Sayyed Hassan Nasrallah vertegenwoordigt. Sayyed Nasrallah geniet in Irak van groot respect en heeft een nauwe persoonlijke relatie met alle Iraakse partijen van verschillende religies en strekkingen (sjiieten, soennieten, Koerden, stammen en anderen) waarmee hij regelmatig in contact staat. De Iraakse leiders zijn er niet in geslaagd om zonder tussenkomst van buitenaf tot overeenstemming te komen.

Veel sjiitische groeperingen wezen de kandidaat van president Salih (al-Zurfi) categorisch af en besloten zich te verzetten tegen zijn kandidatuur. De selectie van Al-Kazemi als nieuwe premier vond echter pas plaats toen Teheran alle sjiitische blokken vroeg zich in hun besluit te verenigen, al-Zurfi te negeren en een kandidaat te kiezen waar iedereen het mee eens kon zijn. 

Al-Kazemi is op deze manier premier kunnen worden:

Sayyed Ammar al-Hakim, gesteund door Muqtada al-Sadr, was vorig jaar de eerste om Mustafa Al-Kazemi naar voor te schuiven na het ontslag van Abdel-Mahdi. Andere sjiitische blokken weigerden echter een antiterrorismedofficier, een hoofd van de inlichtingendienst of een andere officier die tot de militaire veiligheidsdienst behoorde, te aanvaarden. Veel sjiitische blokken staan wantrouwig tegen elke kandidaat met een profiel dat vergelijkbaar is aan dat van Saddam Hoessein. De ervaring van Nuri al-Maliki die de controle had – en weigerde de macht te delen met sjiieten, soennieten en Koerden – is nog steeds springlevend bij deze leiders.

Door de onenigheid binnen het sjiitische blok viel Qusay al-Suhail uit en werd hij opgevolgd door de gouverneur van Basra, Asaad Al-Eidani, toen president Barham Salih weigerde zich aan de grondwet te houden en de kandidaat van het grootste blok te nomineren. Salih speelde in op de intra-Sjiitische onenigheid, voornamelijk tussen het Al-Fatah blok onder leiding van Hadi al-Amiri en het Saeroun blok onder leiding van Muqtada al-Sadr.

Omdat de demonstranten elke door de dominante politieke blokken genomineerde kandidaat afwezen, probeerde Sayyid Muqtada Al-Sadr de protestgolf te bespelen door zichzelf als de vertegenwoordiger van de demonstranten te beschouwen. Die wezen hem in werkelijkheid af, zoals ze dat ook met andere gevestigde figuren deden. Vervolgens vroeg Sayyed Moqtada president Saleh om elke naam waar hij het niet mee eens was te verwerpen. Muqtada beweerde dat hij, en niet Al-Amiri, het grootste blok in handen had. 

Later mislukte Mohammed Allawi ook omdat hij weigerde de soennieten, de Koerdische blokken en enkele sjiieten te raadplegen bij de keuze van zijn kabinetsleden. Allawi geloofde ten onrechte dat hij kon rekenen op de steun van Sayyed Muqtada Al-Sadr, die hem had beloofd iedereen met alle middelen naar het parlement te kunnen brengen om zijn kabinet goed te keuren. Moqtada slaagde er echter niet in de sjiieten, de soennieten en de Koerden te overtuigen en kon daardoor Allawi niet aan de macht helpen.

President Salih ging echter verder met op de Iraakse grondwet te vertrouwen eerder dan op de heersende consensus tussen Irakezen (sjiieten, soennieten en Koerden) en nomineerde de anti-Iran en pro-Amerikaan Adnan al-Zrafi. Veel politieke blokken en sjiitische organisaties spraken zich uit tegen al-Zurfi. Tegelijkertijd genoot de Dawa-kandidaat (Adnan al-Zurfi) de steun van zijn belangrijkste blok, onder leiding van de voormalige premier Haider al-Abadi. Al-Zurfi werd ook in het geheim gesteund door Nuri al-Maliki, die wilde dat de positie van premier terugkeerde naar de Dawa-partij (sinds 2005 en tot 2018 bekleedde al-Dawa de positie van premier). Al-Zurfi genoot ook van de steun van Sayyed Muqtada al-Sadr, die de beloofde controle over om het even welk ministerieel kabinet of een andere hogere positie binnen de Iraakse staat was beloofd.

Ondanks de officiële verklaring van Iran dat het zich niet tegen de benoeming van Al-Zurfi verzette, was de realiteit anders. Al-Zurfi werd tijdens de demonstraties van de afgelopen maanden stilzwijgend beschuldigd van de aanstichter te zijn van de brand van de Iraanse consulaten in Najaf en Karbala. Admiraal Ali Shamkhani – die samen met majoor-generaal Qassim Soleimani de leiding had over de relatie tussen Iran en Irak – bezocht Irak, gevolgd door een kort bezoek van generaal Ismail Qa’ani. Beide mannen brachten de Irakezen een boodschap: “We zijn het niet oneens met de keuze van Mustafa Al-Kazemi, als hij uw keuze is, en we hebben goede relaties met hem.” Iran heeft izts dergelijks nooit gezegd over Al-Zurfi.

Eerst kondigde de Koerdische leider Masoud Barzani zijn steun aan voor al-Kazemi, en daarna volgde de soennitische leider, parlementsvoorzitter Muhammad al-Halbousi. Barzani wilde een boodschap sturen naar de sjiitische blokken, zodat ze niet opnieuw een kandidaat voor het presidentschap zouden kiezen die geen Koerdische autoriteit boven hem heeft, zoals is gebeurd met president Salih.

Salih was de keuze van Qassem Soleimani en bleek vandaag een vergissing te zijn vanuit het oogpunt van het Iraanse en het Sjiitische blok. Fouad Hussein, de minister van Financiën, was de keuze van Erbil, maar Soleimani beschouwde hem destijds als de kandidaat van de Amerikaanse presidentiële afgezant Bret McGurk. Daarom vroeg Soleimani de sjiieten, soennieten en zijn  Koerdische bondgenoten in Sulaimaniyah om niet te stemmen voor Hoessein, maar om Barham Salih aan te stellen. Salih vertelde Soleimani in 2018 dat hij onmiddellijk de kandidaat zou voordragen die hij wilde. Zo werd Adil Abdul Mahdi tot premier gekozen.

Er is nooit een Amerikaans-Iraanse akkoord geweest in Irak. In plaats daarvan zijn er mogelijke kandidaten gekozen die minimale oppositie van de Iraniërs en de Amerikanen krijgen. Al-Kazemi onderhoudt goede betrekkingen met Riyad, Teheran en Washington, zoals het geval was met de interim-premier Abdul-Mahdi. Abdil Mahdi werd door Washington gesteund en toch was hij het die een jaar later een ontwerpvoorstel aan het Iraakse parlement voorlegde waarin hij de terugtrekking van alle buitenlandse troepen uit Irak eiste.

Al-Kazemi, die beloofde de “Popular Mobilisation Forces” (hashd al-Shaabi) te steunen, stemde ermee in de verwijdering van alle Amerikaanse strijdkrachten uit Irak te bewerkstelligen, zoals bepaald in het bindende grondwettelijke besluit van het Iraakse parlement. Teheran overtuigde zijn bondgenoot, Kataeb Hezbollah al-Irak, die Al-Kazemi in het openbaar had beschuldigd van de verantwoordelijkheid voor de moord op commandant Soleimani en Abu Mahdi al-Muhandis, om al-Kazemi als premier te aanvaarden. De prijs van de moord op Soleimani en Muhandes is de totale terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Irak, en niet al-Kazemi.

Deze keer – na drie mislukte pogingen om een premier te benoemen – zal Al-Kazemi worden gesteund om zijn kabinet te vormen en zal hij de nodige parlementaire steun krijgen. Hij zal echter met ernstige moeilijkheden en uitdagingen worden geconfronteerd. 

De VS hergroeperen hun troepen en tonen geen enkele intentie om zich volledig terug te trekken uit Irak. Al-Kazemi zal er geen gemakkelijke taak aan hebben om die terugtrekking van de VS waar te maken en zal  er niet in slagen om, zoals hij beloofd heeft, Irakese organisaties te ontwapenen. Bovendien zal hij geconfronteerd worden met een reëel economisch probleem omdat het land te kampen heeft met een lage olieprijs en buitenlandse schulden. De inkomsten van Irak bedragen momenteel meer dan 30 miljard dollar, terwijl het land 80 miljard nodig heeft om salarissen te betalen en de infrastructuur in stand te houden. Al-Kazemi zal niet in staat zijn om aan de eisen van de straat te voldoen omdat hij niet genoeg geld heeft. 

Iran is niet bang over wie de Iraakse regering leidt; de vriend van vandaag kan later een vijand blijken te zijn. Teheran heeft genoeg connecties met politieke leiders, militaire commandanten en hoofden van organisaties in Irak. Iran heeft in het verleden een agressieve premier, Haidar Abadi, meegemaakt en heeft zich een weg gebaand in Irak, een land dat onderworpen is aan een evenwicht tussen zijn politieke leiders. De VS hebben niet genoeg invloed in Irak om die van Iran te evenaren.

Vertaald door Francis J

Dit artikel is door vrijwilligers gratis in diverse talen vertaald zodat de lezers de inhoud zouden kunnen waarderen. Het artikel mag niet worden afgedekt door een betaalmuur. Ik wil mijn volgers en lezers bedanken voor het vertrouwen en de steun. Als je het apprecieert, voel je dan niet verveeld om desnnods met slechts 1 euro bij dragen en de site te helpen financieren. Je contributie, hoe klein ook, zal bijdragen aan de continuïteit ervan. Dank je wel.

Copyright © https://ejmagnier.com  2020

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.