
Geschreven door Elijah J. Magnier – Vertaald door Francis J.
Voor het eerst in een eeuw beginnen christenen in het Midden-Oosten hardop te zeggen wat vroeger ondenkbaar en beangstigend was: ze worden genegeerd en in de steek gelaten. Van Jeruzalem tot Chekka en Jbeil (Libanon), van Suweida tot Maaloula (Syrië), worden christelijke en andere minderheidsgemeenschappen in de Levant niet alleen geconfronteerd met toenemende vijandigheid en fysieke bedreiging, maar ook met iets nog huiveringwekkender: de totale ineenstorting van de binnenlandse en internationale bescherming. Hun bondgenoten in Washington en Europa zwijgen, zijn medeplichtig of te onverschillig om zich er iets van aan te trekken. Hun oude en nieuwe vijanden zijn weer brutaal. En in het machtsvacuüm van de regering, dat wordt gekenmerkt door incompetentie of medeplichtigheid, worden de minderheden in de steek gelaten door de tanende invloed van het Westen, en ontstaat een duisterder beeld. Wat ooit voelde als een kwetsbaar, ongelijkwaardig voortbestaan, neigt nu naar isolatie, verraad en uitsterven.
De recente verklaring van de Amerikaanse ambassadeur in Israël, Mike Huckabee, waarin hij waarschuwt dat Israël nu actief christelijke organisaties, waaronder langdurige pro-zionistische groeperingen uit de VS, afwijst en lastigvalt, was niet alleen een diplomatieke uitbarsting. Het was een breuk. Huckabee, een figuur die nauw verbonden is met het christelijk zionisme en de rechtse leiders van Israël, beschuldigde de regering van Benjamin Netanyahu van het mishandelen van christelijke en buitenlandse door kerken gesteunde organisaties. Hij beloofde zelfs Amerikaanse christenen te vragen hun gulle donaties te heroverwegen en pelgrimstochten naar het Heilige Land te annuleren als de vijandigheid voortduurt.
Deze waarschuwing kwam niet van een criticus van Israël, maar van een van zijn trouwste voorstanders. Al tientallen jaren zeggen christelijke zionisten, westerse kerkelijke netwerken en Europese regeringen solidair te zijn met christenen in het Midden-Oosten. Maar wanneer het er echt toe doet – in Gaza, in Jeruzalem, in Libanon en Syrië – zwijgen ze, of erger nog, kiezen ze de kant van de machten die de vervolging mogelijk maken.
De gevaarlijke situatie waarmee christenen in het Midden-Oosten nu worden geconfronteerd, is onmiskenbaar: geopolitieke herschikkingen, toenemend Israëlisch extremisme, de heropleving van jihadisten in Syrië, waar minderheden ooit werden afgeslacht, westerse onverschilligheid en het uiteenvallen van historische allianties. Zelfs fervente anti-Hezbollah, pro-westerse christelijke figuren zoals parlementslid Nadim Gemayel zeggen nu wat enkele maanden geleden nog ondenkbaar was: misschien zijn de wapens van Hezbollah wel de laatste verdedigingslinie voor de kwetsbare minderheden in Libanon.
De alarmbellen luiden in de christelijke gemeenschappen in de hele regio, maar opnieuw luistert bijna niemand. Misschien kwam de meest schokkende verandering niet van de aanhangers van Hezbollah, maar van een sterke uitdager binnen het traditionele christelijke establishment van Libanon. Nadim Gemayel, zoon van de vermoorde president Bachir Gemayel en een van de felste politieke tegenstanders van Hezbollah, gaf een harde waarschuwing die in het hele land weerklonk. Gemayel vond dat iedereen in Libanon tegenwoordig bang is: de druzen, de sjiieten en de christenen. De minderheden in het Midden-Oosten voelen hoe ernstig de existentiële dreiging is. Tegenwoordig is er nieuwe sympathie en rechtvaardiging voor het feit dat Hezbollah zijn wapens behoudt. Gemayel “begrijpt dat mensen zeggen dat de wapens van Hezbollah nodig zijn” – niet alleen tegen Israël, maar ook tegen Syrië. Komende van een wetgever die lang heeft aangedrongen op ontwapening van Hezbollah in naam van de soevereiniteit, was dit niets minder dan een politieke aardverschuiving.
Toch was dit geen ideologische ommezwaai, maar een nuchtere weerspiegeling van de huidige realiteit. In heel Libanon zien velen nu dat de staat te versplinterd, te zwak en tezeer in de steek gelaten is door zijn zogenaamde bondgenoten om hun voortbestaan te garanderen. Bij gebrek aan bescherming kijken sommige christenen naar Hezbollah, waarvan de strijders in de afgelopen jaren hun eigen bloed hebben vergoten om christelijke steden in Syrië te verdedigen tegen Al Qaida en ISIS. Voor hen gaat het niet om politiek. Het gaat om overleven.
Gemayel reageerde op twee zeer verontrustende ontwikkelingen: opruiende uitspraken van de Amerikaanse speciale gezant Thomas Barrack en gewelddadige confrontaties in de Syrische provincie Suweida, waar Arabische bedoeïenenmilities de minderheid van Druzen aanvielen. Deze incidenten hebben angst gezaaid onder de minderheden in Libanon, vooral onder degenen die culturele en familiale banden hebben met Syrische gemeenschappen die onlangs het slachtoffer zijn geworden van een bloedbad tegen Alawieten in het noordwesten van Syrië.
Barrack gooide een politieke bom toen hij suggereerde dat Libanon – dat al op instorten staat – weer onder Syrische invloed zou kunnen komen. Hij opperde het idee van een “Groot-Syrië”-project dat de noordelijke gebieden van Libanon zou opslokken, waarbij hij expliciet Akkar en Tripoli noemde. Dit zou deze gebieden in feite loskoppelen van Beiroet en de historisch sjiitische regio Jabal Amel in het zuiden, waardoor christelijke enclaves in direct contact zouden komen met bolwerken van takfiri’s – dezelfde krachten die ooit ISIS en Al-Qaeda aanvoerden en nu de scepter zwaaien in Syrië.
Alsof dat nog niet genoeg was, ging Barrack nog verder en zei dat de kustlijn van Libanon bij Syrië hoorde – opmerkingen die paniek veroorzaakten in gebieden met een christelijke meerderheid, zoals Chekka, Batroun, Jbeil en Jounieh. Voor velen waren zijn woorden geen loze speculatie, maar een glimp van een dieper strategisch denken binnen de Amerikaanse regering, die een stilzwijgende bereidheid suggereert om de hernieuwde territoriale ambities van Syrië en de afglijding van Libanon naar een mislukte staat te accepteren.
In de hele regio worden christenen in het nauw gedreven door verschuivende grenzen, toenemend extremisme en nieuwe geopolitieke deals die worden gesloten zonder hun aanwezigheid – of hun bescherming. In Palestina zitten velen gevangen tussen militaire bezetting en economische ineenstorting. In Syrië zijn christelijke gemeenschappen geteisterd door oorlog, ontheemding en decennia van vervolging door zowel jihadistische groeperingen als een zelfbenoemd autoritair regime. En nu keert de angst terug in Libanon.
De aanval op de druzen in Suweida was een brute herinnering dat sektarische aanvallen geen overblijfsel zijn uit het verleden van Syrië, maar deel uitmaken van een voortdurend regionaal spel tegen minderheden. Nu Thomas Barrack suggereert dat het noorden en de kust van Libanon “bij Syrië horen”, zien minderheden in Libanon het onheil naderen: niemand komt om te voorkomen wat er gaat gebeuren.
Deze spanningen worden nog verergerd door de ontwikkelingen in Damascus. Na een recente Israëlische luchtaanval op de Syrische hoofdstad zou de zelfbenoemde Syrische president – een voormalige emir van ISIS en Al Qaida met een verleden van gruwelijke misdaden tegen alawieten, christenen en druzen – zijn expansionistische plannen ten aanzien van Libanon heroverwegen. Deze pauze is wellicht van tijdelijke aard. De man die ooit verantwoordelijk was voor de vernietiging van kerken, de moord op religieuze minderheden, de ontvoering van nonnen in Maaloula en het opvangen van duizenden buitenlandse jihadisten die nu deel uitmaken van de veiligheidstroepen, draagt nu een presidentiële titel en maakt zich, met de zegen van de VS, klaar om zijn macht weer uit te breiden.
In 2013 bestormden jihadistische strijders onder leiding van (de nieuwe Syrische president) Abu Mohammad al-Joulani, toenmalig leider van Jabhat al-Nusra (de Syrische tak van Al Qaida), het historische christelijke stadje Maaloula. Ze hebben kerken vernield, oude iconen kapotgemaakt en 13 orthodoxe nonnen ontvoerd uit het klooster van St. Thecla, die later zijn vrijgelaten in een gevangenenruil. Er zouden verschillende christelijke burgers zijn geëxecuteerd en anderen zouden gedwongen zijn zich te bekeren. De aanval vond plaats op direct strategisch bevel van Joulani en was een van de meest brute jihadistische aanslagen op een christelijke gemeenschap tijdens de Syrische oorlog. De val van Maaloula onderstreepte de existentiële bedreiging waarmee religieuze minderheden worden geconfronteerd, en het stilzwijgen van het Westen op dat moment blijft een smet op zijn geweten. Jaren later waren het Libanese Hezbollah-strijders – voornamelijk sjiieten – die hielpen bij de bevrijding van de stad, waar nog steeds Aramees, de oude taal van Jezus Christus, wordt gesproken. Hezbollah heeft veel strijders verloren in zijn poging om de vrijheid van de oude christelijke stad te herstellen.
De christenen in het Midden-Oosten ontdekken iets dat nog enger is dan openlijke vijandigheid: totale verlatenheid. Europa, dat al eeuwenlang een religieuze identiteit heeft die geworteld is in het christelijke erfgoed, is grotendeels stil gebleven. Er zijn geen serieuze initiatieven genomen om de christelijke bevolking in de Levant te beschermen of te steunen. Geen veiligheidsverdragen. Geen diplomatieke firewalls. Toen ISIS door Syrië en Irak trok, priesters kruisigde en oude kerken in brand stak, bood Europa alleen maar wat stille medeleven en loze woorden. Nu keert het gevaar terug – en is de stilte luider dan ooit.
De Verenigde Staten, ooit een gedeeltelijke beschermer van christelijke minderheden, hebben een ommezwaai gemaakt. De huidige regering steunt Israël onvoorwaardelijk, zelfs nu de oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in Gaza en de spanningen met christelijke bondgenoten toenemen. Christelijke zionistische bewegingen, ooit gezien als verdedigers van het christendom in het Midden-Oosten, zijn nu politiek gebonden aan een beleid dat lokale christenen in de steek laat. Er is geen nuance. Geen afwijkende meningen. Alleen maar aanpassing aan de macht, zelfs als dat gemeenschappen hun voortbestaan kost.
En nu voelt zelfs Jeruzalem, het historische hart van het christendom, vijandig aan. Volgens een bericht in The Guardian is op een video die in de oude stad van Jeruzalem is opgenomen te zien hoe ultraorthodoxe joden spugen naar een christelijke processie die een groot houten kruis langs de Via Dolorosa draagt. De beelden leidden tot nationale en internationale verontwaardiging, maar voor de christelijke minderheid in de stad was het gewoon weer een hoofdstuk in wat zij omschrijven als een alarmerende toename van religieus gemotiveerde intimidatie.
Sinds de meest ultranationalistische regering in de geschiedenis van Israël aan de macht is gekomen, hebben religieuze leiders – waaronder de door het Vaticaan benoemde Latijnse patriarch – gewaarschuwd voor toenemende aanvallen en groeiende straffeloosheid. “De aanvallen op christenen zijn dit jaar met 100% toegenomen”, zegt Yisca Harani, een Israëlische expert op het gebied van het christendom, verwijzend naar spugen, stenigen en vandalisme. Ze vertelde The Guardian dat de joodse identiteit, aangewakkerd door rechts-religieus nationalisme, nu groeit “rond anti-christendom”.
Het is schokkend dat het spugen werd verdedigd door Elisha Yered, een extreemrechtse kolonistenleider en voormalig adviseur in de coalitie van Netanyahu, die de daad een “oud joods gebruik” noemde en het rechtvaardigde als historische wraak voor de kruistochten. In het verleden zou dergelijke retoriek onmiddellijk zijn afgewezen. Tegenwoordig wordt het algemeen getolereerd en niet veroordeeld.
Deze normalisering van haat in de stad die christenen wereldwijd als heilig beschouwen, is een grens die is overschreden. En de stilte van westerse leiders – die religieuze vrijheid prediken, interreligieuze dialogen financieren en hoogdravende paasboodschappen afgeven – is oorverdovend.
Dit is niet alleen verraad. Het is een patroon. Al meer dan een eeuw worden christenen in het Midden-Oosten opgeofferd op het altaar van de westerse strategie. Ze werden afgeslacht tijdens de Armeense en Assyrische genocide terwijl Europa toekeek. Ze kwamen klem te zitten tussen Saddam en sancties, en vervolgens tussen jihadisten en Amerikaanse luchtaanvallen. Ze werden toegejuicht tijdens de Arabische Lente, en vervolgens vergeten toen milities het vacuüm opvulden. En vandaag, nu er nieuwe kaarten worden getekend en oude vijanden weer opduiken in presidentiële paleizen, horen christenen in de regio opnieuw de bekende boodschap: er komt niemand.
Wat het huidige moment nog huiveringwekkender maakt, is de duidelijkheid ervan. Er zijn geen illusies meer. Israël keert christelijke aanhangers de rug toe. De voormalige krijgsheren van Syrië maken een comeback. Libanon, lange tijd een fragiele christelijk-Arabische uitzondering, dreigt het volgende strijdtoneel te worden. En het Westen – verteerd door binnenlandse crises, partijpolitiek en selectieve verontwaardiging – kijkt de andere kant op.
Voor de christenen in het Midden-Oosten is dit niet alleen een diplomatieke verschuiving. Het is een moment van existentiële angst. Extremistische lokale Joodse inwoners van de Westelijke Jordaanoever staken een 1500 jaar oude Sint-Joriskerk in het christelijke Palestijnse dorp Taybeh, ten noorden van Ramallah op de Westelijke Jordaanoever, in brand. Wanneer kerken in Gaza worden in brand gestoken en opgeblazen, zwijgen je bondgenoten. Als je bestaan in gevaar is, verdwijnen je verdedigers en moet je vertrouwen op andere minderheden. Als je wordt vermoord, haal je de krantenkoppen niet.
Make a one-time donation
Make a monthly donation
Make a yearly donation
Choose an amount
Or enter a custom amount
Your contribution is appreciated.
Your contribution is appreciated.
Your contribution is appreciated.
DonateDonate monthlyDonate yearly
You must be logged in to post a comment.